Het opvoedingsproject

Het opvoedingsproject van onze school is gebaseerd op de waarden die Donche tijdens zijn leven optekende en praktiseerde.

We leven in een unieke tijd.  De tijd kantelt: de cultuur van gisteren ligt in de kering met de cultuur van morgen. Voor vele mensen lijkt het wel of de wegwijzers naar geluk in alle richtingen staan. Daarom is dit geen makkelijke tijd maar tegelijk toch ook een gunstige tijd om op te voeden.

Deze kentering werpt immers een schaduw af op mensen. Ze zijn in verwarring, twijfelen aan de toekomst, voelen zich innerlijk leeg. Hun vertrouwen is zoek. Deze maatschappij lijkt soms moe en zonder project. Iedereen is door deze tijd getekend: jong en oud, opvoedeling en opvoeder. We staan dan ook sterker dan voorheen om de uitdaging – samen – te kiezen voor een nieuwe toekomst.  De nieuwe cultuur – in dialoog – voorbereiden is dé kernopdracht van opvoeden vandaag.

Deze kanteling van de tijd wekt echter ook enthousiasme. De weg naar morgen ligt breed open, de menselijke creativiteit schept onvermoede kansen, er leeft een scherpe honger naar zingeving, vele zinzoekers voorvoelen de kans op een nieuwe samenleving. Deze tijd hunkert ongetwijfeld naar hoop. Daarom is het broodnodig dat wij opvoeders vertrekken vanuit een grondhouding van hoop en geloof in de toekomst. Dan vooral zullen wij kinderen en jongeren echt aanspreken.

Vanuit dit opzicht is het een voorrecht te geloven in het evangelie. Want deze boodschap verhaalt dat de mens bekwaam is tot het goede. Het evangelie motiveert om zonder enige reserve voor de mens te kiezen. Bovendien schenkt het de gelovige een sterk vertrouwen in de toekomst omwille van de aanzegging dat er een Betrouwbare is die zich heeft ingevoegd in de geschiedenis en die niet ophoudt de belofte te herhalen dat Hij alles ooit ten goede zal keren.

Lodewijk Vincent Donche was een man van hoop. Hij leefde vanuit een bewogenheid die andere mensen in beweging zette. Zijn sterk charisma leeft nog verder tot op vandaag.

Donche was een spirituele mens, het was hem aan te zien dat hij in voeling leefde met het Mysterie dat ons overstijgt. Hij werd gegrepen door Jezus Christus, en hij werd diep geraakt door de armen van zijn tijd.

Het stichtingscharisma van deze gedreven man bestond er in dat hij zich omringde met vrouwen om het evangelie in praktijk te brengen door opvoeding en onderwijs. Hij zag Jezus als het fundament voor dit levensproject en hij hoopte door deze dienst aan de armen God te eren.

Lodewijk Vincent Donche was een visionair. Hij had een aanstekelijke visie die hertaald in deze tijd een mobiliserend project aanbiedt op de maat van morgen!

ONZE OPVOEDING IS GERICHT OP HET LEVEN

Jezus brak voortdurend uit de eigen kring.  Het was hem altijd te doen om de concrete mens die hij ontmoette. Hij nam mensen zoals ze zijn. Eerst luisterde hij, daarna pas sprak hij. Hij sprak nooit voorbarig over God. Vooral was hij er op uit om de mens die hij ontmoette te verlokken tot wie hij ten diepste bedoeld is.

Donche was ook een rebelse en  parabelse man. Hij aarzelde evenmin om uit de eigen kring te breken, om zich te riskeren aan concrete mensen, in een concrete tijd.

In dit postmodern klimaat is het leven van de meeste mensen in sterke mate gekenmerkt door onzekerheid.  Het geloof in de grote verhalen is grotendeels verdwenen. In het gezin worden nog zelden deze verhalen aan de kinderen voortverteld. Het is opvallend dat jongeren proberen zelf  – vaak met elkaar – een eigen overtuiging te halen uit het bonte palet van vele, dikwijls tegenstrijdige waarden.

Als hedendaagse opvoeders beseffen we dat het nieuwe in deze tijd er in bestaat dat de identiteitscrisis van elke opgroeiende (waar wil ik met mijn leven naar toe?) samenvalt met een cultuurcrisis in onze samenleving (waar willen we met onze maatschappij naar toe?). Gelet op deze bijzondere situatie heeft de jeugd nood aan een evenwichtig aanbod van waarde-initiatie en waardecommunicatie.

Kinderen en jongeren zijn immers kleine zinzoekers die uitkijken naar mensen die hen de weg naar het goede leven tonen. We mogen bijgevolg niet aarzelen als opvoeders hen de waarden voor te leven waarin we zelf geloven en waarnaar we zelf consequent leven – anders zijn we niet geloofwaardig. We moeten deze waarden in de opvoeding inbrengen. Maar we mogen evenmin onze eigen onzekerheid en ons eigen zoeken verdoezelen.

Het volstaat nochtans niet enkel maar ónze waarden aan te reiken.  Het is evenzeer nodig kinderen en jongeren te helpen zelf waarden te ontdekken door hen uit te nodigen te vertellen over het goede dat ze zelf op het spoor komen. Het is van bijzonder belang dat we hen als zoekenden ernstig nemen. We luisteren bijgevolg met groot respect naar hen, we helpen hen hun eigen opinie te verhelderen en we staan hen bij om de eigen overtuiging te leren rechtvaardigen. Zo vertrekken we in onze opvoeding van hún leven.

Op deze wijze erkennen we hen trouwens als partners in de zoektocht naar oude en nieuwe waarden waaraan hun en onze toekomst nood heeft. Dan komen we samen waarden op het spoor zoals zin voor waarheid en schoonheid, verantwoordelijkheidsbesef, solidariteit, verdraagzaamheid, vrede en gerechtigheid, en leren we kiezen voor een rentmeesterschap van de middelen dat aandacht heeft voor de komende generaties.

De nieuwe sociale bewegingen zijn een afspiegeling van dit zoeken naar een meer humane maatschappij. Daarom moeten we dit zoeken in onze opvoeding aan bod brengen en is het wenselijk dat wij jongeren helpen in dialoog te treden met alle mensen van goede wil die opkomen voor een meer menselijke toekomst.

Vanzelfsprekend zal de balans tussen deze vorm van waardeinitiatie en waardecommunicatie anders liggen naar gelang van de levensfase van het kind of de jongere.

ONZE OPVOEDING STREEFT NAAR EEN TOTALE PERSOONSVORMING

Jezus was er op uit mensen de volle smaak van het geluk te laten proeven. Hij leefde voortdurend waarden voor. Want waarden zag hij als wegwijzers naar geluk. Waar hij mensen zag die onder de maat van hun mogelijkheden leefden, tilde hij die op. Hij immers genoot zelf van het volle leven, want hij leefde in constante voeling met zijn Vader. Donche wilde de armen die aan de onderkant van de maatschappij leefden optillen.  Hij begreep  meteen dat alfabetisatie daar een eerste hefboom voor is.  Hij leerde de kinderen uit de laagste sociale klasse evenwel meer dan lezen en schrijven: hij streefde ernaar deze meisjes door een beroepsvorming in staat te stellen eerlijk aan de kost te komen.  Hij leerde hen ook ‘goede manieren’ om meer waardevol te leven.  Hij hoopte vooral dat zij God zouden ontdekken in hun leven.

Elk kind heeft talenten van het hoofd, het hart en de handen. Die verschillende gaven van de geest en het gemoed bij een kind mogen ontdekken en ontwikkelen is een boeiende opdracht. We streven dan ook met overtuiging naar zowel een hoog leerpeil als naar een brede vorming in onze scholen.  Door deze ontplooiing immers zetten we het kind op weg naar een gelukkige toekomst en maken we het bekwaam een bijdrage te leveren tot een meer rechtvaardige maatschappij.

De civiele maatschappij heeft haar opvatting over wat een jonge burger moet kennen, kunnen en doen in de huidige samenleving. Haar verwachtingsprofiel heeft zij uitgeschreven in ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Als dienst aan de gemeenschap willen we hard werken aan dit vormingsproject. Omdat het steunt op een veelzijdige opvatting over persoonsvorming. Het heeft zowel oog voor de ethische, sociale, muzische, lichamelijke als voor de instrumentele en technische vorming van de mens.

We wensen dit vormingsproject echter ook kritisch en creatief aan te vullen vanuit onze dubbele bekommernis: kinderen persoonlijk gelukkig maken én tevens onze maatschappij stoelen op meer gerechtigheid.  We willen onze leerlingen leren leren, we wensen ze ook te leren leven.  Zo willen we ons inspannen om hen attitudes bij te brengen die gewenst zijn op de arbeidsmarkt zoals sociale intelligentie en bereidheid tot inzet. Evenzeer wensen we ons in te zetten om hen een culturele gevoeligheid bij te brengen die hen helpt te kiezen voor een zinvoller gebruik van de vrije tijd.

Een groot voorrecht geniet echter de opvoeder die er in slaagt bij kinderen en jongeren de verwondering te wekken om het mysterie dat schuilgaat achter de zichtbare kant van de werkelijkheid. Wie ooit zelf voorbij de zakelijke kant van de realiteit de overrompelende goedheid die heel het leven draagt heeft mogen ervaren weet waarover het gaat. De opvoeder die deze rijke ervaring kent wil ongetwijfeld deze beleving doorgeven aan de jeugd. Hij beseft immers dat deze beleving de ‘kinderen van deze tijd’ het basisvertrouwen in het leven zal schenken waarnaar zij zo intens hunkeren. Bovendien zullen zij door de verkenning van de archeologie van de werkelijkheid en de ontdekking van het heimnisvolle dat erin verborgen ligt, de volle smaak van het leven en het geluk proeven.

ONZE OPVOEDING GETUIGT VAN VOORKEURLIEFDE VOOR DE ZWAKSTEN

Wie de Schrift openslaat leest het bijna op elke bladzijde: Jezus koos voortdurend en onvoorwaardelijk voor de zwaksten. Hij kwam keer na keer op voor de arme, de weduwe, de wees en de vreemde.  Zieken genas hij.  Blinden gaf hij terug zicht en uitzicht op het leven.  Wie door het leven lam geslagen werd, richtte hij op.  Zelfs bracht hij mensen die ‘dood’ waren tot leven. Het evangelie is beloftevol voor wie kiest voor de arme, de weerloze, de zwakke.  Hij zal niet meteen beloond worden door deze mensen zelf, maar in het goed zijn zal hij al een beetje proeven van wat het evangelie ‘zálig’ noemt. Donche zag de armen van zijn tijd.  Ook hij koos partij voor hen.  Hij mobiliseerde daarom een groep vrouwen, om samen met hen door een degelijke opvoeding en onderwijs deze armoede te bekampen.

Als wij ons willen invoegen in de spiritualiteit van Donche dan moeten we ons dé evangelische kernvraag durven stel-len: wie zijn de zwaksten in onze tijd?  In deze ene vraag schuilen eigenlijk twee vragen: wie zijn vandaag de sociologisch armen in onze school én aan welke moderne armoede lijden helaas vele kinderen en jongeren die ons worden toevertrouwd? Bij het overwegen van deze vragen zal het ons wellicht treffen dat ook wij getekend zijn door deze moderne armoede.

Een antwoord geven op de eerste vraag betekent dat we in onze school een passende aandacht hebben voor kinderen uit de lagere sociale klasse en dat in onze school migrantenkinderen welkom zijn.

De jeugd is nochtans ook vaak slachtoffer van deze postmoderne tijd. Zij is dikwijls arm aan relatiewarmte, arm aan cultuur, arm aan werkzekerheid, arm aan zinsoriëntatie en aan hoop. Als we in deze tijd willen trouw zijn aan het stichtingscharisma van Donche zal uit onze concrete praktijk moeten blijken hoe we deze hedendaagse vormen van armoede verhelpen.

Dus is het nodig dat we kinderen en jongeren opvoeden tot relatiebekwaamheid en dat we ze opnieuw gevoeliger maken voor cultuur. Zo is het ook nodig dat we nieuwe opleidingsvormen zoeken voor de kwetsbare groep van onze BSO-leerlingen. Anders dreigen ze uitgerangeerd te worden op de arbeidsmarkt. Vergeten we vooral ook niet dat de jeugd hunkert naar hoop: daarom getuigt onze opvoeding van een realistisch en manifest geloof in de toekomst.

Een school die partij kiest voor de zwaksten heeft uiteraard ook vooral oog voor de leerzwakke en leervertraagde leer-lingen, ze kiest voor differentiatie, ze zoekt naar een uitgewerkte remediëringspraktijk en ze ijvert voor een goed uitgebouwde leerlingenbegeleiding. Zo een school doet aan zorgverbreding.

De zijde kiezen van de weerlozen, de meest kwetsbaren, vraagt ook om een maatschappelijke optie. Dus moeten we in onze opvoeding en ons onderwijs durven kiezen voor een maatschappelijke en zelfs politieke vorming van de jeugd. De jeugd heeft in deze complexe samenleving trouwens nood aan een vorming die aandacht heeft voor democratie, multicultureel samenleven, zorg voor kansarmoede, dichtbij en veraf.

Het evangelie is tegelijk een utopie, een aanklacht en een oproep.  Bijgevolg is het een ongemeen boeiende toetssteen om de jeugd voorbij elke partijpolitieke intentie uit te nodigen om op een kritische en creatieve manier op te komen voor een wereld die meer gericht is op vrede, gerechtigheid en liefde.

ONZE OPVOEDING STEUNT OP EEN PERSOONS- BEVORDERENDE  RELATIE

Jezus zag in elke mens een kind van de Vader.  Hij zag elk kind, man of vrouw als een broer of een zus.  Vaak nam hij mensen apart en mensen die apart gezet werden, plaatste hij terug in het midden. Hij aanvaardde dat een mens zijn weg ging, maar hij ging mee op weg en stelde onderweg soms rake vragen. Dat deed hij omdat hij er op uit was elke mens die hij ontmoette te bevorderen. Altijd gaf hij nieuwe kansen.  Hij ging bij wijze van spreken ‘communicatiebevorderend’ rond.

Donche eiste van zijn meesteressen ook een bijzondere aanwezigheid. Hij pleitte vaak voor een alerte en warme nabijheid bij de leerlingen.

Donche verwachtte van een opvoeder dat hij veel bij de kinderen is, niet zomaar fysiek aanwezig maar als iemand die er op uit is hen te ontmoeten. Iemand die hen laat voelen dat hij graag bij hen is, die zich voor hen oprecht interesseert en om hen bezorgd is.

Naar zijn opvatting moeten we als opvoeders een beetje zijn zoals God is voor de mensen: ‘Ik zal er zijn voor jou’.  Als we als opvoeders onze leerlingen bezien met de ogen van Jezus, dan voelen we ons zeer met hen verbonden, want hij zag elk kind als een unieke eigenheid naar het beeld van de Vader.

Het is goed zoals Jezus deed, soms eens een jongere apart te nemen. Dan speelt de opvoeder in op de onpeilbare behoefte van: ‘Zeg het ook eens aan mij alleen’. Vele jongeren die gekwetst of gekneusd zijn, worden immers dikwijls meer geheeld door een lesgever die met zijn hele wezen luistert en helpt dan door een expert die behandelt vanuit zijn deskundigheid. Toch is het wijs als opvoeder de eigen grenzen te zien en waar nodig als ‘eerstelijner’ door te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleners.

Een opvoeder die aanwezig wil zijn, vermijdt onnodige afstand. Hij kiest voor een pedagogische relatie die vrij is van overbodige uitdrukking van macht, sterkte, en zeggingskracht. Daarom spreekt hij een omkeerbare taal: de aangesprokene kan hem naar vorm en inhoud nadoen zonder dat dit tegen hoffelijkheid, tact of achting indruist.

Kiezen voor een warme nabijheid is kiezen voor de pedagogie van de hartelijkheid: de jongeren laten voelen dat je aan hen graag en van harte les geeft en je hart hebt voor wat hen raakt en bezig houdt.  Het moet ons er immers vooral om te doen zijn om bij kinderen en jongeren een gezond en onontbeerlijk gevoel van zelfrespect en zelfwaarde te bevorderen.

Kinderen en jongeren hebben ook nood aan vastberadenheid. Zij hebben behoefte aan iemand die hen durft confronteren met grenzen. Zij hebben nood aan een opvoeder die het lef heeft hen op te vorderen om trouw te zijn aan hun eigen diepste verlangens, die hen aanspoort zich te blijven inzetten om de eigen goede doelen te halen, kortom: die hen leert weerstand op te bouwen.

Jonge mensen zijn er erg gevoelig voor dat we hen vertellen dat de deur nooit dicht is, dat langs onze kant de lijn nooit verbroken wordt, dat falen mag, want dat ook wij als opvoeders soms tekort schieten.

ONZE OPVOEDING HEEFT ZORG VOOR EIGENTIJDSE GELOOFSOPVOEDING

Jezus kon over de Vader niet zwijgen. Overal waar hij kwam vertelde hij het goede nieuws door.   Hij deed dat meesterlijk: hij sprak in schitterende parabels, schreef geheimzinnig in het zand, beroerde mensen door prachtige bergredes.  Hij sprak in de taal van zijn tijd, maar zei tijdloze dingen.

Donche spande zich sterk in om ‘de christelijke lering’ op een eigentijdse wijze te verkondigen.  Zelf was hij een begenadigd predikant.

De hedendaagse jeugd leeft in een klimaat van onverschilligheid tegenover God. Zijn bestaan wordt niet meer met argumenten bekampt. God wordt vooral doodgezwegen. Er is weinig om verder op te bouwen, we dienen van de grond af te beginnen. We zullen zelfs een nieuwe taal en nieuwe rituelen moeten zoeken. Hopelijk hebben we het vertrouwen van de boer: hij zaaide, ging slapen en geloofde in de oogst, want resultaten zullen we zelf misschien niet meteen zien.

Toch hebben kinderen en jongeren, deze kleine en grote gelukzoekers, recht op het vernemen van het evangelie.  Er sluimert in hen onloochenbaar een religieuze honger.

Voor onze geloofsopvoeding vertrekken we bij voorkeur vanuit een pedagogie van het verlangen: immers hun innigste verlangens zijn goede richtingwijzers naar het geluk waartoe God de mens heeft voorbestemd. Als we aanknopen bij hún ervaring van het goede, helpen we ze een spoor naar God te ontdekken. Wellicht zullen we hen op deze zoektocht naar geluk dan wel opnieuw de tweede taal moeten leren: de taal die spreekt over het onuitspreekbare. Anders riskeren ze de taal te missen om hun diepste belevingen aan elkaar en aan anderen door te vertellen en dat zou jammer zijn want het leven is immers een verhaal, dat op zoek is naar een verteller.

Deze tijd is een gunstige tijd om over God te spreken. Vele tekenen wijzen er op dat het aanvoelen van de mens keert. Vanuit een ecologische gevoeligheid weet hij: de natuur is meer dan een reservoir aan middelen.  Hij voelt zich ook minder machtig en ongenaakbaar. De hedendaagse literatuur verhaalt dat de mens zichzelf als minder autonoom ervaart dan hij dacht en zich meer kwetsbaar voelt dan hij vermoedde en dat hij vaak mislukt in relaties.

We hebben in deze dagen allemaal opnieuw een sterkere behoefte aan heling. We hebben een scherpe nood aan ‘meer’.

De scholen van Vorselaar zijn altijd sterk geweest in catechese. Deze tijd vraagt opnieuw om een eigentijdse geloofsverkondiging voor kinderen en jongeren en om een onderricht dat de jonge mens helpt bij zijn religieuze zelfverheldering. Jongeren vragen daarbij niet om ‘versteende tafelen’ maar om open verhalen, vrij van valse zekerheden. Waar het op aan komt is niet zozeer dat de jeugd gelooft in een leer, maar leert in geloof.

De jeugd leeft zoals wij allemaal overigens snel en gehaast. Daarom is het goed dat we in het drukke schoolleven momenten van rust en inkeer voorzien. Want als we de cultuur van de stilte herontdekken, maken we grote kans dat we ook de cultuur van het gebed herontdekken.

Dat alles is van belang maar wellicht komt het er nog het meest op aan door onze levensstijl, door een evangelische schoolcultuur en door een aansprekende pastoraal getuigenis af te leggen van Gods heil voor mensen.

ONZE OPVOEDING HAALT KRACHT UIT EEN GOEDE  SAMENWERKING

Jesus omringde zich met leerlingen.  Hij riep mensen bijeen.  Hij leefde met hen samen, woonde bij hen in, geloofde in hen, had hen lief.  Hem mochten zijn vrienden hun onmacht toevertrouwen. Vooral was het hem aan te zien dat hij in gemeenschap leefde, in een diepe verbondsrelatie met de Vader.

Lodewijk Vincent Donche stichtte ook een ‘communio’ van vrouwen. Hij geloofde in de kracht van een gemeenschap, want hij begreep: om tegen de stroom in te leven hebben mensen mensen en God nodig.

De jeugd wordt ongetwijfeld aangetrokken door de aanstekelijke levensstijl van een groep.  Proberen we daarom als opvoeders een toonbeeld te zijn van zuster- en broederschap. Dit zal ons lukken als we voortdurend kiezen voor de dialoog en we eerder streven naar eensgezindheid rond het essentiële veeleer dan onnodig de klemtoon te leggen op verschillen in mening. Dat zal ons vooral aan te zien zijn als we in de praktijk van elke schooldag elkaar blijven uitnodigen en ondersteunen om trouw te blijven aan de samen afgesproken doelen. Als we minder verkrampte gelijkhebbers of verstokte rechtvaardigen zijn komt er ruimte vrij om te falen en tijd voor vergeving. Een kostbaar goed voor een groep.  Als groep zullen we bovendien extra kracht krijgen als iedereen zijn best doet om de andere te bemoedigen in zijn gave: de gave van de kennis of de wijsheid, de gave van de deemoed en de zachtmoedigheid, de gave van het troosten of de gave van het geloof. Een goede samenwerking in een groep kan moeilijk zonder goede structuren. Een goed organisatie- en communicatiekader is nodig om de krachten te bundelen en het constructieve gesprek levendig te houden.  Democratisch overleg is een verrijking als het de onderwijspartners mobiliseert om hun talenten te bundelen om een beter werkklimaat voor alle medewerkers en een gunstig schoolklimaat te scheppen ten bate van de leerlingen. Dat vraagt om een wijs samenspel, om openheid ten aanzien van elkaar, om respect voor de specifieke verantwoordelijkheid van elke medespeler.   Zeker mogen we de leerling niet vergeten als medespeler. Kinderen en jongeren moeten we van jongs af uitnodigen om mee hun school te maken: als verantwoordelijken voor hun klasgroep, als verantwoordelijken in een leerlingenraad moeten ze de kans krijgen om mee te bouwen aan de mini-maatschappij die hun school is.  Want komt het er uiteindelijk niet op aan om samen naar best vermogen een beetje concrete gestalte te geven aan het Rijk Gods op het kleine oefenveld van de school? IJverig alsof alles van ons afhangt, maar in het bevrijdende besef dat niets gebeurt zonder Hem en dat Hij finaal de wereld ten goede keert. Als wij vanuit deze gezindheid opvoeden en onderwijzen en een communio worden die het watermerk van het evangelie vertoont, dan hebben we alle redenen om feest te vieren en dan mogen we – Goddank –  met volle overtuiging ook eucharistie vieren.

NAWOORD

Maar het meest van al nog zullen de kinderen en jongeren in onze scholen gelukkig worden als zij mogen beleven wat Lodewijk Vincent Donche vurig hoopte: dat elke jonge mens de verrukking zou mogen beleven de tedere menslievendheid van God te voelen.

Dit opvoedingsproject is een oproep tot alle medewerkers die in de ‘beweging’ rond Donche staan om van dit waardenaanbod een mobiliserend en toekomstgericht levens- en leerproject te maken ten gunste van de kinderen en jongeren die ons worden toevertrouwd. Dit is een werk voor beroepsmensen die voortdurend bekommerd zijn om kwaliteit. Mensen die bereid zijn samen te werken in equipeverband en die bekwaam zijn dit pedagogisch project via een schoolwerkplan om te zetten in concrete, haalbare en verifieerbare praktijkdoelen. Deze postmoderne tijd vraagt echter vooral om de bravoure van nieuwe missionarissen die de hunkerende jonge mens van vandaag het uniek beeld van onze God tonen: een God die elk van ons zijn kind noemt en die wij mogen aanspreken als ‘lieve ouder’, die ons verlokt in vrijheid en nooit dwingt, voor wie de zwaarst gehandicapte gelijkwaardig is aan het meest creatieve genie, die barmhartig is tegenover de meest schamele mens, die de zwaksten het meest liefheeft, die meelijdt met mensen en ze altijd vergeeft, een God die er voor zorgt dat het leven het haalt op de dood.Daarom is dit opvoedingsproject ten gronde een appel om ons te riskeren aan het evangelie.